In 1815 leed de Franse keizer Napoleon zijn spreekwoordelijk geworden Waterloo. De geallieerde overwinnaars wensten een sterke bufferstaat aan de Franse noordgrens en voegden daartoe het huidige België, Luxemburg en Nederland samen tot het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, onder de regering van koning Willem I. Het bleek geen gelukkig huwelijk. Politieke, godsdienstige en economische tegenstellingen tussen Noord en Zuid, en de autocratische regering van Willem I veroorzaakten in het zuiden een heftige oppositie. Op 25 augustus 1830 brak in Brussel een gewapende opstand uit, die leidde tot de afscheiding van de zuidelijke provincies en de onafhankelijkheid van België.

Nijmegen in staat van oorlog

Onder katholieken in het zuiden van het huidige Nederland bestond sympathie voor de Belgische zaak. Zeker in Limburg, waar de ene na de andere plaats de Belgische troepen eind 1830 enthousiast binnenhaalde – op Maastricht na, dat dankzij een sterk garnizoen voor het noorden behouden bleef. Toen Venlo op 11 november zijn poorten opende voor de opstandelingen en de Belgische driekleur niet veel later in Mook wapperde, kwam voor Nijmegen de oorlogsdreiging wel erg dichtbij. Ook in de Waalstad, waar ruim 12.000 van de bijna 18.000 inwoners katholiek waren, hadden sommigen wel oren naar de argumenten van de Belgen. De Nederlandse regering wilde koste wat kost voorkomen dat Nijmegen in handen viel van de ‘muiters’ en liet de opperbevelhebber de vesting in staat van oorlog verklaren, waarmee zij onder militair gezag kwam te staan. Vanuit het noorden werden in allerijl honderden extra manschappen naar de toch al overvolle stad gedirigeerd. De bevolking kreeg te maken met allerlei ge- en verboden. De maatregel die de meeste weerstand opriep, was wel de mobielverklaring van de plaatselijke schutterij, die hierdoor ook elders kon worden ingezet. Veel Nijmeegse schutters deserteerden.

Tot bloedens toe slaags

De gespannen situatie zette de verhoudingen in de stad tussen vóór- en tegenstanders van de ‘Brabanders’, zoals de Belgen hier vaak werden aangeduid, op scherp. Dat blijkt onder meer uit een aantal processen-verbaal van de Nijmeegse politie over ‘oproerige kreten’ en ‘politieke twisten’ die onlangs opdoken in het secretariearchief 1810-1946. Veelal ging het om katholiek versus protestant, was er drank in het spel en kreeg men het met elkaar aan de stok in herbergen en koffiehuizen. Bijvoorbeeld op 10 september 1830, kort na het uitbreken van de opstand, bij koffiehuishouder J. Andriessen aan de Grote Markt. Muziekmeester Frederik Boers uit de Burchtstraat en fabrikant Johan Derk Schnellen, woonachtig aan de Haven, daagden er hun stadgenoten Hendrik Willem Reintjes van Veerssen en Willem van der Heijden uit met kreten als ‘Oranje Boven!’ en ‘Weg met de Brusselaren!’, en maakten hen onder meer uit voor ‘schelmen en smeerlappen’. Vier dagen later was het raak op de Haven, waar kramer Jacobus de Kroet uit de Brouwerstraat en kleermaker Johannes Geerken uit de Strikstraat na een ‘politieke twist’ in herberg De Trompet tot bloedens toe met elkaar op de vuist gingen. In oktober 1830 maakte de politie processen-verbaal op tegen vijf personen die bij drie gelegenheden in herbergen en op straat ‘Vivat (Leve) De Potter!’ hadden geroepen, doelend op Louis de Potter, prominent lid van het voorlopig bewind van België. In augustus 1831 kon gepensioneerd militair Adam Hamkolk zich niet inhouden toen de kuiper Antonius Ludovicus Hageman hem ten huize van diens vader, kastelein in de Lange Nieuwstraat, na een parade van het Nederlandse garnizoen plagerig een oranjebitter aanbood: ‘Ik schijt wat in Oranje, ik wil niets van Oranje hebben!’. Een maand later kreeg kantoorbediende Roelof Courbois uit de Hezelstraat bij koffiehuishouder J. Andriessen in de Scheidemakersgas naar zijn hoofd geslingerd dat ‘hij een groote muiter was tegen ons gouvernement en (…) hoorde te worden verbannen’. In april 1832 bedreigde en mishandelde Willem Kleijsterlee bij zijn woning in de Kloosterhof een in Nijmegen gelegerde tamboer van de Gelderse Schutterij: ‘Wacht maar, als de Brabanders komen, dan zullen ze u de Waal wel insmijten!’.

Verdrag van Londen

Uiteindelijk liep het voor Nijmegen met een sisser af. De onrust beperkte zich tot incidenten en de stad bleef gespaard van massale onlusten en oorlogsgeweld. In 1839 erkende Nederland met het Verdrag van Londen de Belgische onafhankelijkheid. De provincie Limburg werd verdeeld: het westelijk deel viel toe aan België, het oostelijk deel aan Nederland. Daarmee kwam voor Nijmegen de grens met Belgisch gebied een stuk verder weg te liggen.

Klik hier voor alle blogs van het RAN.