Medio maart 1944, kort na het verwoestende Amerikaanse bombardement op Nijmegen, ontving NSB-locoburgemeester Hondius een uiterst vriendelijk briefje van majoor Ramrath, commandant van het Grenadier Ersatz- und Ausbildungs-Bataillon 365, dat in Nijmegen was gelegerd. Daarin sprak de Duitse officier zijn dank uit voor de 120 vrijkaarten die Hondius had aangeboden voor de voetbalwedstrijd tussen de selectie-elftallen van Oost- en West-Nederland op 19 maart van dat jaar in het Goffertstadion. Het bataljon stelde deze geste zeer op prijs, aldus de commandant.
Wij zijn niet bang
Zeker 20.000 voetballiefhebbers kwamen op de wedstrijd af. Menigeen zal de schrik om het hart zijn geslagen toen bleek dat de bezetter de massabijeenkomst aangreep om een razzia te houden op mannen die de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Duitsland, ontdoken. Bij rust zette de Grüne Polizei het stadion af en na afloop van de wedstrijd werd het publiek via een beperkt aantal uitgangen naar buiten gedirigeerd. Daar controleerden de Duitsers van alle mannen het persoonsbewijs, wat enkele uren in beslag nam. Het Nijmeegse publiek reageerde zingend: 'Wij zijn niet bang' en 'Ik heb u lief, mijn Nederland’. Een aantal onderduikers werd opgepakt en op transport gesteld naar Duitsland. Hoeveel slachtoffers de Duitsers maakten is onduidelijk. In latere publicaties lopen de schattingen uiteen van hooguit enkele tientallen tot enkele honderden. Een ooggetuige herinnert zich in 2008 hoe mannen in klaarstaande vrachtwagens moesten stappen: ‘Vreselijke tonelen deden zich voor, er waren mannen bij die hun verloofde/vrouw/kinderen ter plekke moesten achterlaten in verdriet, angst en onzekerheid’.
Risico op razzia’s
De officiële kranten, gemuilkorfd door de bezetter, verzwegen de razzia en beperkten zich tot de voetbalwedstrijd: 5-2 voor West-Nederland. Het Polygoon bioscoopjournaal toonde alleen filmbeelden van de wedstrijd en van enthousiaste toeschouwers, onder wie Duitse militairen – vermoedelijk de grenadiers met een vrijkaartje van de locoburgemeester op zak: (zie ook bijgaande still uit de film). Het regionale verzetsblad Katholiek Kompas van april 1944 benoemde de razzia wèl. Het blad verweet de slachtoffers dat ze gewaarschuwd hadden moeten zijn: ‘Zou je ze niet … Tegen beter weten in toch naar een voetbalwedstrijd gaan’ (zie bijgaand krantenbericht). Inderdaad riep het verzet onderduikers al langer op om voetbalwedstrijden en andere massabijeenkomsten te mijden vanwege het risico op razzia’s. Drie weken eerder, op 27 februari 1944, had er nog een razzia plaatsgevonden na een voetbalwedstrijd in het Philips Sportpark in Eindhoven. Voor de Duitsers was dat overigens op een mislukking uitgelopen, onder meer doordat veel onderduikers ongezien uit het sportpark konden ontkomen. Uiteindelijk waren daar hooguit vier mannen opgepakt.
Een vriendelijke geste of vooropgezet plan?
De bedankbrief van de Duitse bataljonscommandant voor de Nijmeegse locoburgemeester roept vragen op, vragen waarop we vooralsnog het antwoord schuldig moeten blijven. Waren de 120 vrijkaarten inderdaad slechts een vriendelijke geste van Hondius aan een bataljon dat wel van een potje voetbal hield en zelf over een ploeg beschikte die, aldus de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 23 maart 1944, ‘zeer van zich heeft doen spreken’? Of was Hondius vooraf op de hoogte van de razzia en moesten de grenadiers die zich dankzij zijn vrijkaarten min of meer onopvallend tussen het publiek konden begeven, in het stadion voorkomen dat onderduikers konden ontsnappen, zoals kort daarvoor in Eindhoven was gebeurd?
De oorlog overleefd
Het lijkt erop dat alle mannen die op 19 maart 1944 vanuit het Goffertstadion naar Duitsland werden afgevoerd de oorlog hebben overleefd. De website Oorlogsdoden Nijmegen, die een steeds vollediger overzicht geeft van de Nijmegenaren die tijdens de oorlog zijn omgekomen door oorlogshandelingen en vervolging, vermeldt althans geen enkel slachtoffer van die razzia. Dit wijst er tevens op dat daarbij eerder tientallen dan honderden onderduikers zijn opgepakt.
Zelf 'schatgraven' in het archief van de Secretarie Nijmegen 1810 - 1946? Raadpleeg hier de voorlopige inventaris. De studiezaal van het RAN is dinsdag t/m vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur open.