Recent is het archief van de familie Smetius (1617 – 1708) opnieuw geordend. Dit archief uit de zeventiende eeuw is een van de oudste familiearchieven in de collectie van het RAN. Vrijwilliger Michiel Sauter heeft daarnaast transcripties en vertalingen gemaakt van enkele Latijnse archiefstukken.

Johannes Smetius, predikant en oudheidkundige

De familie Smetius kwam oorspronkelijk uit Kettenis (in het huidige België) en vestigde zich rond 1617 in Nijmegen. Johannes Smetius (1590 – 1651) was professor geweest in Frankrijk en werd in 1617 predikant in de Sint Stevenskerk. Hij raakte al snel geïnteresseerd in de Romeinse geschiedenis van Nijmegen en begon archeologische objecten uit de omgeving te verzamelen. In 1645 publiceerde hij het boek Oppidum Batavorum, seu Noviomagum, waarvan het RAN meerdere exemplaren heeft. Hierin beweerde hij, met behulp van zijn verzameling aan bodemvondsten, dat Nijmegen de Bataafse stad Oppidum Batavorum was die Tacitus, een Romeinse historicus, benoemde in zijn Historiae (‘Geschiedenissen’, circa 100 na Chr.). 

Nijmegen in de Nederlandse Republiek

De vestingstad Oppidum Batavorum speelde een belangrijke rol in de Bataafse Opstand tegen de Romeinen in 69 na Chr. Hierbij zag leider Claudius Civilis de Romeinen vanaf het Valkhof optrekken naar Nijmegen, maar stak hij de stad in brand en vluchtte. Ondanks deze nederlaag zagen zeventiende-eeuwse intellectuelen als Constantijn Huygens, de bekende staatsman-schrijver en een vriend van Smetius, de Bataven als heroïsche voorouders, want in 1645 was de Nederlandse Opstand nog in volle gang. Daarnaast moest de bewering van Smetius Nijmegen belangrijker maken in de Nederlandse Republiek. Het Nijmeegse stadsbestuur, en Smetius zelf ook, hoopte in die tijd dat Nijmegen de eerste universiteitsstad in Gelre zou te worden. Helaas viel in 1648 de keuze niet op Nijmegen, maar op Harderwijk. 

De verzameling van Smetius

De verzameling van Smetius bestond uit Romeinse objecten zoals munten, spelden en lampjes uit Nijmegen en omstreken. Hij was immers dichtbij de bron en dus kocht Smetius regelmatig objecten die Nijmegenaars ‘in eigen achtertuin’ hadden gevonden. Deze bodemvondsten stelde hij ten toon in zijn huis aan het Kerkegasje, nabij het huidige stadhuis. Doordat Smetius een bezoekerslijst bijhield - een zogenaamde index spectatorum - weten we dat zowel bekende professoren en wetenschappers als geestelijken en prinsen uit binnen- en buitenland langskwamen om zijn verzameling te bekijken.

Na zijn dood

Smetius overleed in 1651. Zijn oudste zoon, ook Johannes genaamd, breidde de verzameling uit en bleef bezoekers ontvangen in zijn woning. Ook voltooide en publiceerde hij samen met zijn broer Antiquitates Neomagenses, een boek over de verzameling, in 1678. In dit boek zitten prachtige gravures van objecten uit de collectie. Echter verkocht Johannes in 1703 een groot deel van de verzameling aan een Duitse vorst. Helaas verspreidde de objecten zich daarna via veilingen, waardoor nog maar enkele objecten zijn te herleiden tot de originele verzameling. Enkele objecten bevinden zich in de collectie van het Valkhof Museum en zullen na de renovatie weer te zien zijn. 

Andere pareltjes

Er zitten nog veel andere mooie stukken in het archief van Smetius, zoals een brief die hij vlak voor zijn overlijden schreef aan zijn kinderen, en het album amicorum (‘vriendenboekje’) van zijn zoon Johannes. Benieuwd naar het archief van de familie Smetius? Bekijk hier de nieuwe inventaris – sommige stukken zijn al online te zien, de overige zijn fysiek in te zien in de studiezaal (dinsdag t/m vrijdag, 11 tot 17 uur).


Klik hier voor alle blogs van het RAN.