De waterschapsarchieven van het hele gebied tussen Maas en Waal (1590-1981) zijn aangevuld met nagekomen materiaal, opnieuw - verbeterd - geïnventariseerd en materieel verzorgd. Ook heeft VANWAARDE 34 archiefstukken gerestaureerd - zie daarvoor de eerste blog in deze serie.
Bestuurlijke indeling
De bestuurlijke vorm is in de loop van de tijd nogal veranderd, waardoor het verschillende archieven zijn; van klein tot groot. De dorpspolders waren de bestuurlijke voorlopers van de huidige gemeenten. Die archieven lopen tot 1958: dan worden de dorpspolders opgeheven en gaan ze op in polderdistricten. Na 1981 fuseren alle kleinere verbanden tot polderdistrict Groot Maas en Waal, waarvan het archief bij het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) ligt. Zie voor een handige 'stamboom' de website van het RAR.
Vóór het ontstaan van de gemeentes vervulden veel dorpspolders de rol van plaatselijk bestuur. Naast de zorg voor de lokale dijk, wegen en watergangen zorgden de polders ook voor zaken zoals volkstellingen en de aanschaf van een brandspuit. Ze inden de belastingen op de - voor nu – vreemdste zaken zoals bv. zout- zeep- en bieraccijns. De verschillen tussen de dorpspolderarchieven zijn groot wat betreft de periode die ze beslaan. Het ene archief begint pas rond 1800 terwijl een ander teruggaat tot 1590.
Organisatie
Een polderdistrict bestond uit een heleboel dorpspolders. Binnen zo’n dorpspolder hadden alleen de de geërfden stemrecht. Dit waren de mannen die grond bezaten. Bij overlijden kon de weduwe die plek innemen. Hoe meer grond je bezat, hoe groter je invloed was. Elke dorpspolder had één of twee poldermeesters die het dagelijks bestuur vormden en gekozen waren door de geërfden. Elke polder had ook een aantal hoofdgeërfden die de polder vertegenwoordigden in het bestuur van het polderdistrict. Aan het hoofd van een polderdistrict stond de dijkgraaf die de voorzitter was van de dijkstoel - het dagelijks bestuur van het polderdistrict. Die dijkstoel had de bestuurlijke en rechtsprekende bevoegdheid over alles wat met waterafvoer te maken had en de geschillen daarover. Vanaf 1838 werd de rechtspraak overgenomen door Gedeputeerde Staten van Gelderland.
Waterlossing
Behalve het tegenhouden van rivierwater door de dijken moest ook het overtollige regen- en kwelwater uit de polders in de rivieren geloosd worden. Oorspronkelijk kon dit alleen maar als het rivierwater lager stond dan het water in de polders. Dan werd er een uitwateringssluis opengezet, zodat het water van de polder in de rivier kon stromen eker tijdens de natte Hollandse winters was het niet kunnen lozen bij hoge rivierstanden een groot probleem. Hele stukken land stonden ’s winters onder water. Om te voorkomen dat al het water zich in het laagste deel verzamelde, waren er dijken die dwars door het gebied liepen met daarin een schutlaken: een sluisje dat het water tegenhield. Over het openen en sluiten van die sluisjes ontstonden een heleboel geschillen tussen de dorpspolders. Daar kwam begin 1900 pas een eind aan dankzij de inzet van molens en door motoren aangedreven gemalen.
Dit is de tweede blog uit een drieluik. Zie voor de eerste blog hier, en voor de derde blog hier.