Sinds ruim een jaar werk ik als vrijwilliger op het RAN. Op verzoek van archiefmedewerkers maak ik Latijnstalige archiefstukken voor een breder publiek toegankelijk. Dat gaat in twee stappen. Eerst ontcijfer ik het vaak moeilijk leesbare, oude handschrift. Kom ik er zelf niet uit, dan kan ik altijd foto’s van oude documenten op het forum van Wat staat daer? zetten, een site voor handschriftkunde. Meestal krijg ik dan binnen een paar uur een transcriptie, een uitgetypte en dus leesbare versie van het origineel.
Vertalingen
Dan volgt stap twee, het vertalen. Korte teksten vertaal ik zelf, langere teksten voer ik in AI-programma’s in. Dat scheelt mij veel typewerk, maar natuurlijk moet ik wel woord voor woord checken of de computer zijn werk goed gedaan heeft. Is de vertaling af, dan verschijnt hij op de site van de RAN. Ook op GeschiedenisLokaal024, een site over Nijmegens verleden, verschijnen veel vertalingen. De bizarste komt uit de Formicarius, een vroege druk uit 1475 over onder meer hekserij. Daarin verklaart een gevangen heks:
Wij loeren op ongedoopte baby’s, die niet beschermd worden door het kruisteken en door gebeden. Deze doden we als zij in hun wieg of naast hun ouders liggen. Daarna denken de mensen dat die baby’s doodgedrukt zijn of op een andere natuurlijke manier zijn gestorven. Stiekem halen we de lijkjes uit de graven en we koken ze in een ketel totdat zowat al het vlees van de botten afvalt. Van de vaste stof maken we een zalf die geschikt is voor onze wensen, toverkunsten en gedaanteverwisselingen. Met de vloeistof vullen we een grote fles. Wie hieruit drinkt, wordt onmiddellijk ingewijde en meester van onze sekte.
Inloopspreekuur Latijn en oud schrift
Wat doe ik verder voor het archief? Elke laatste woensdagmiddag van de maand houd ik een inloopspreekuur voor mensen met vragen over Latijn of over oude handschriften. Dat levert leuke en interessante ontmoetingen op. Zo kwam er ooit een man langs met een grote ingelijste aquarel van het kasteel te Doorn. Daarop stond een middeleeuwse Latijnse akte afgebeeld. Waar ging die tekst over, wilde de bezoeker weten. Dus bood ik hem een kijkje in mijn eigen keuken; ik zette een foto van de aquarel op Wat staat daer? en al snel kregen we een transcriptie. Van die transcriptie maakte ik met kunstmatige intelligentie een vertaling; de afgebeelde akte bleek een toestemming tot heropbouw van het kasteel te zijn. Graag laat ik de bezoekers dus zien hoe ze zelfstandig met de moderne media aan de slag kunnen.
Van de middeleeuwen tot begin twintigste eeuw, het Latijn is door de eeuwen heen een belangrijke taal gebleven. In het archief kom ik dat Latijn op allerlei niveaus tegen in officiële akten met zinnen van vijftien regels, in mooie vriendschappelijke brieven en in stukken met charmante (over-)schrijffouten. Uit al die stukken spreekt telkens weer een andere tijdgeest maar bovenal een tijdloze menselijkheid. Kom vooral eens langs in het archief om dat te ervaren.