Er werken bij het Regionaal Archief Nijmegen 50 vrijwilligers. Eén van hen is Tim Stapel. Vandaag vertelt hij zijn verhaal.


Lange adem

Op dinsdagochtend bel ik aan bij het Regionaal Archief Nijmegen, in de schaduw van het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis. Daar tref ik mijn collega’s. De andere dinsdagvrijwilligers. Veel van hen zijn al jaren, sommigen zelfs decennia, als vrijwilliger aan het RAN verbonden. De meesten kwamen voor genealogisch onderzoek, maar zijn niet meer weggegaan. Zelf sloot ik in mei 2017 aan bij de Werkgroep Raadssignaten. Omdat ik het archief, waar ik tijdens mijn studie geschiedenis zoveel plezierige uren en dagen doorbracht, miste. Om 9 uur dalen we af naar de studiezaal. Daar zoekt iedereen zijn of haar eigen plek op. Achter de computer, met een doos vol bidprentjes, een stapel foto’s, of een 17e- of 18e-eeuws boek voor de neus.

De werkgroep waar ik sinds mei 2017 deel van uitmaak, heeft ruim een jaar geleden een groot project afgerond. De Schepenprotocollen, 185 boeken vol akten, zijn door mijn collega’s en voorgangers samengevat en in enorme Excellijsten ingevoerd, zodat ze nu online doorzoekbaar zijn. Een enorme opgave, als je bedenkt dat ze daar 25 jaar mee bezig zijn geweest. Aangezien we nog geen twee jaar bezig zijn met het huidige project, het beschrijven van de Raadssignaten van Nijmegen (de schriftelijke weerslag van de besluiten van het stadsbestuur van begin 17e tot eind 18e eeuw), is duidelijk hoe onze dinsdagochtenden er de komende 23 jaar uit zullen zien.

Vrijwilligers aan de slag met de raadssignaten

Wandelende encyclopedie

Dat is overigens niet iets om rouwig om te zijn. Iedereen die als vrijwilliger in het RAN bezig is, doet dat met veel plezier. Het ordenen en voor de toekomst bestendigen van sporen van het verleden. De boeken in duiken, en dat verleden van nabij voelen. Nieuwe feitjes ontdekken en van je collega’s leren. Zeker als nieuwkomer is dat laatste belangrijk. Het lezen van oud-schrift is mij goeddeels vreemd. Het scheelt dat ervaren collega’s meekijken als ik vastloop. Maar ook met vragen over historische context, onbekende plaatsen en woorden waarvan ik de betekenis niet kan achterhalen kan ik bij hen terecht. Sommige collega’s zijn wandelende encyclopedieën die de meest obscure antwoorden uit hun mouw schudden.

Wat te doen met de dronken voerman

Voor mijn werk kom ik nog wel eens in een archief, maar zelden om me zelf in een onderwerp vast te bijten. Die kans heb ik hier wel. Vooral de ‘details’ die je ontdekt als je door bronnen heen spit maken het werk de moeite waard. Over de zoektocht van de stad naar een nieuwe organist. Of een verzoek van een echtgenote haar man op te laten sluiten. Onlangs las ik een klacht over een ‘voerman’ die zo beschonken was dat hij van zijn koets tuimelde, waarop de passagiers hun tocht te voet voort moesten zetten. Recht voor je neus zie je het gebeuren.

De kwetsbare bronnen worden voorzichtig behandeld

Collectie van Eldik

In 2018 zag mijn dinsdagochtend er tijdelijk anders uit. Bij het archief zijn ze op de hoogte van mijn interesse in sportgeschiedenis. Ze vroegen me een eerste inventarisatie te maken van een collectie die door N.E.C. aan het RAN werd geschonken. Een paar maanden lang liet ik in Stadion de Goffert notulen, correspondentiestukken, magazines, boeken, foto’s en nog veel meer door mijn handen gaan. Alle stukken heb ik kort omschreven. Een eerste stap in het laten opnemen van de Collectie van Eldik in het RAN. Een mooie kans voor mij om het inventarisatieproces van dichtbij te zien. En om sportgeschiedenis aan de bron te kunnen bestuderen. Binnenkort zal de Collectie in het RAN te raadplegen zijn.

Koffiepauze

Inmiddels zit ik op dinsdagochtend weer in het archief. Kan ik weer terugvallen op mijn collega’s. Hoor ik tijdens de koffiepauze de laatste geschiedenisnieuwtjes, of praat ik bij over het heden (i.e. het voetbal van afgelopen weekend). En blader ik weer door OAN 206, de resoluties van de raad voor het jaar 1788. Mijn stukje van de puzzel.

Om uiteenlopende redenen moeten mensen soms stoppen met hun vrijwilligerswerk. In de kleine twee jaar dat ik meeloop heb ik helaas al wat gezellige en deskundige collega’s zien gaan. Gelukkig is er ook steeds nieuwe aanwas. Met mijn 33 jaar ben ik een relatief jonkie. Maar op een dag hoop ik ook als lid van de oude garde de nieuwe generatie te verwelkomen en wat bij te kunnen brengen. We hebben nog genoeg werk te verzetten.