Zoals elk jaar is de eerste dag van het nieuwe jaar waarop we open zijn voor publiek Openbaarheidsdag. Honderden archiefstukken uit de archieven die we beheren worden dan openbaar en zijn vanaf dat moment in te zien. Het overzicht van de 1019 dossiers die per 6 januari 2026 openbaar worden vindt u hier. U kunt de dossiers inzien in onze studiezaal.
Overheidsarchieven
Ongeveer de helft van deze stukken is afkomstig uit gemeentelijke archieven (456). Ze bevatten bijvoorbeeld personeelsdossiers van de Nijmeegse Distributiekring en Luchtbeschermingsdienst, en dossiers over de vergunningverlening aan bedrijven door verschillende gemeenten.
Dit jaar zijn er ook de nodige dossiers met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en in het bijzonder de zuivering van overheidspersoneel opgenomen. Zie voor deze specifieke bronnen ook de eerdere bekendmaking op onze website: Beladen oorlogsarchieven in het Regionaal Archief Nijmegen: beleid en planning - Regionaal Archief Nijmegen
Genealogen
Genealogen worden dit jaar weer goed bediend: van diverse gemeenten worden de nodige bevolkingsregisters en akten van de burgerlijke stand openbaar gemaakt. Dit zijn belangrijke bronnen voor stamboomonderzoekers.
Luchtbeschermingsoefening
Het is in ons luchtruim momenteel minder rustig dan het lange tijd is geweest. Buitenlandse straaljagers die onaangekondigd een kijkje komen nemen, drones die rondzoemen boven essentiële installaties en luchtmachtbases. Naar een goede manier om hier mee om te gaan wordt naarstig gezocht.
Misschien is het houden van een luchtbeschermingsoefening wel weer eens een goed idee. Zoals ook in augustus 1943 door de gemeente Nijmegen werd gedaan. Wat immers als -onverhoopt- door een bombardement op meerdere plaatsen in de stad brand zou uitbreken? Waar moest de aandacht primair op gevestigd worden? Wie bepaalde of een brandweercommandant die de ene brand aan het blussen was, toch beter zijn manschappen en materiaal naar een andere, meer vervaarlijke haard kon verplaatsen? En hoe bracht je die boodschap over?
De oefen-meldingen van neergekomen explosieven in allerlei delen van de stad; “14:30 drie brisantbommen ontploft op het stationsplein (…)”, “14:50 honderden brandbommen neergekomen in de Molenstraat (…)”, zijn met de kennis over wat Nijmegen enkele maanden later boven het hoofd hing op zijn minst omineus te noemen. De evaluatie van de oefening gaf niet alleen maar goede hoop. Er werd veel door elkaar gesproken, en niemand nam écht de leiding. Uit het verloop bleek kortom dat “wel zeer duidelijk is gebleken, dat de Burgemeester als hoogste autoriteit (…) aanwezig moet zijn om een redelijke zekerheid te hebben dat onder omstandigheden, waarbij veel menschen het hoofd kwijt raken, zooals dit bij luchtaanvallen nu eenmaal veel voorkomt (sic), een zekere leiding wordt gewaarborgd.” Of hierin naderhand daadwerkelijk stappen zijn gezet? De ‘proof of the pudding’ lag -helaas- ook hier ‘in the eating.’ (raadpleeg hier deze per 1 januari openbare gedigitaliseerde bron)
Gruwzame ontdekking te Overasselt
Dat ook in Overasselt kennelijk mensen het hoofd kwijtraakten zou blijken uit een artikel in de Graafsche Courant van 8 maart 1941. Of preciezer: er was juist een mannenhoofd gevónden. Een krantenkop die de aandacht direct trok, boven een bericht waar de rillingen van over je rug zouden lopen, en die je de Overasseltsche Heide voor altijd zou doen mijden…
Maar ook in 1941 gaat het nieuws soms naar buiten voor er een check en een dubbelcheck heeft plaatsgevonden. Dat liet de verslaggever -misschien zelf niet zo’n held- aan de burgemeester van Overasselt. Deze ging samen met de twee leerlingen die de vondst hadden gemeld en een rijksveldwachter poolshoogte nemen. Ter plaatse bleek hem dat “slechts enkele lompen, een oude vilthed en enkele stukken halfvergaan papier, toevalligerwijs op eenige meters afstand eenigszins den vorm van een menschenhoofd hadden.”
De burgemeester laat op deze constatering een waarschuwing volgen -en deze waarschuwing mag gerust tot in onze tijd doorklinken: “het (is) in deze tijd meer dan ooit noodig (…) het verspreiden van allerhande geruchten met kracht tegen te gaan, zeker door middel van de pers.” (deze per 1 januari openbare bron vindt u hier)